Een stukje geschiedenis

Een stukje geschiedenis

Bron:

DE VINGERHOED IN HET KUNSTAMBACHT

VINGERHOEDNIEUWS

Velen kennen vingerhoeden alleen nog uit grootmoeders naaidoos. Eeuwenlang waren ze als hulpmiddel bij het naaien aanwezig in ieder huisgezin en op school leerden de meisjes hoe ze ze moesten hanteren. Toen naaimachines in de jaren twintig van de 20e eeuw gemeengoed waren geworden, raakten ze langzaam in onbruik. Niettemin groeide de belangstelling voor vingerhoeden in het laatste kwart van de eeuw sterk, doordat ze steeds meer opgeld deden als verzamelobject. Naast de gesloten zijn er ook open vingerhoeden. Omdat deze als een ring om de top van de vinger of duim passen, worden ze meestal naai- of duimringen genoemd; ze werden vooral door mannen gebruikt bij de uitoefening van beroepen als schoenmaker, zadelmaker, zeilmaker, kleermaker en stoffeerder. Vingerhoeden waren zo alledaags dat er tot voor kort vrijwel geen aandacht aan besteed werd, zeker niet door archeologen. Daardoor was er weinig bekend over hun geschiedenis, wat zowel in Nederlandse als buitenlandse musea leidde tot verkeerde dateringen. Sinds 1980 haalden niet alleen beroepsarcheologen, maar ook amateurs met metaaldetectoren duizenden vingerhoeden uit de Nederlandse bodem naar boven.

Wat is een vingerhoed?

Vingerhoeden hebben altijd de vinger van de naaister beschermd. Natuurlijk speelde in vroeger jaren de fabricage van kleding en gebruiksvoorwerpen een veel belangrijkere economische rol in het dagelijks leven.

Naaien en borduren was een belangrijk tijdverdrijf in alle perioden dat de mens bestaat, en zodoende was er een belangrijke rol weggelegd voor de vingerhoed.

Natuurlijk kennen we allemaal de vingerhoed uit ons naaikistje…het is een klein dopje, een hoedje dat over middelvinger of de duim wordt geschoven om de vinger te beschermen. Zonder vingerhoed zitten deze vingers al snel onder de prikjes die het naaien bemoeilijken en die energie onttrekt aan de naaiende hand. Naaien wordt dan een vervelend werkje; zeker als men te maken heeft met stugge stoffen..

Eenmaal gewend aan dit dwangbuisje en zie: naaien wordt een elegante en stijlvolle aangelegenheid.

Een vingerhoed kan gemaakt worden van verschillende materialen; ijzer, zilver, goud, ivoor, plastic en nog vele andere materies.

De vorm van de vingerhoed uit de laatste eeuwen is onvoorstelbaar gevarieerd; slank en elegant, fors en lomp, glad, geschulpt maar de klassieke belvorm is toch het meest voorkomend. Hij bestaat uit een top, een zijkant, een boord en een versierde band. De top en zijkant zijn meestal bezet met putjes oftewel uitsparingen.

Reeds in de vroege Middeleeuwen werden ui-vormige, bronzen vingerhoedjes gevonden die wijzen op Byzantijnse herkomst en bijenkorfvormige vingerhoeden die een Moorse afkomst bevestigen.

Natuurlijk zijn vingerhoedjes al veel ouder!

In de gehele wereld zijn de kenners het er over eens dat dat de eerste, echte metalen vingerhoeden dateren uit het Byzantijnse tijdperk. De vroegste koperen vingerhoeden die in Engeland zijn gevonden komen uit de 14e eeuw; deze werden echter vervaardigd in het Duitse Neurenberg en vervolgens geëxporteerd naar Engeland. Neurenberg was toen een bloeiende industriestad en en het verst gevorderd in de productie van vingerhoeden.

En heeft u wel eens gelet op de vele verschillende vormen die vingerhoeden kunnen hebben? Op de vele versieringen?  Wellicht niet, omdat u maar een doodgewoon exemplaartje in uw bezit heeft van staal, inox of nikkel…als u er al een heeft. Naaien kan ook zonder vingerhoed maar wie zijn vingers wil beschermen tegen de irriterende prikken zal al gauw zijn toevlucht nemen tot dit kleinood.

Edwin Holmes in Engeland en Helmut Greif in Duitsland :  twee studies rond 1980

Helmut Greif, een vingerhoedmaker uit Duitsland, publiceerde in 1973 een artikel in in het tijdschrift “Ons Heem” en publiceerde een boek in het daaropvolgende jaar dat in1984  in het Engels werd vertaald. Hij werd de oprichter van het Fingerhutmuseum te Creglingen . In 1985 publiceerde Edwin Holmes zijn boek “History of thimbles” naar aanleiding van een diepgaande studie. Vanaf die tijd zijn er vele boeken en tijdschriften verschenen die de vingerhoed beschreven.

De vingerhoed werd een geliefd verzamelobject en iedere porselein fabrikant over de hele wereld fabriceerde vingerhoedjes, velen van hoogwaardig porselein maar ook vingerhoedjes bedoeld als souvenirtje met een hoge verzamelwaarde.

In de omgeving van Moskou (R.) zijn bij opgravingen botten gevonden, die mammoet-jagers 30.000 jaar geleden gebruikten bij het naaien van kralen op leer. 

Globale chronologie:

Rond 10.000 jaar geleden werden er een soort duwstenen gebruikt bij het naaien. 

De eerste echte vingerhoeden – en dan wel van brons – inclusief een soort duwvoorwerpen voor de naald werden in het gebied rond de Middellandse Zee gevonden en stammen van 2.500 jaar geleden.

100 jaar n.Chr. zorgden de Romeinen ervoor, dat de bronzen vingerhoed wijd verbreid werd in Europa.

Als Hildegard von Bingen in 1150 jaar intrede in het klooster doet, is de vingerhoed een onderdeel van haar nederige uitzet.

Vanaf 1500 vinden we de eerste fijne kneepjes van het vak in het vingerhoedhandwerk in de stad Neurenberg (D.). De fysicus Paracelsus ontdekte de grondstof zink en zo ontstonden nieuwe messingprodukten, waaronder ook vingerhoeden.

In 1537 ontstond het eerste Neurenbergse vingerhoedgilde.

In 1568 brengt Jost Ammann een boek uit, waarin ver-schillende hand-werken worden afgebeeld, zoals houtsnijwerk en vingerhoedontwerpers met nieuwe technieken.

Vanaf 1628 vinden we in Nederland vingerhoedmolens en wordt er een vingerhoedkartel gevormd.

In 1696 richt Bernhard v. der Becke in Iserlohn (D.) een werkplaats op voor de vervaardiging van messing vingerhoeden in een watermolen in Sundwig. In 1700 is er sprake van echte vingerhoedindustrie als de Nederlander J. Lofting in London machinaal vingerhoeden begint te produceren. 

Zo zien we in het Rijnland, Sundwig en Iserlohn ook vanaf 1710 de productie op gang komen. 

Vanaf 1756 proberen de Zweden d.m.v. spionage achter het geheim van de vingerhoedproductie te komen. Zo gelukte het Maria Theresia, keizerin van Oostenrijk, in 1763 vingerhoedontwerpers uit Neurenberg om te kopen en verstopt in hooiwagens de stad uit te smokkelen.

In 1824 showde zilversmid J.F. Gabler uit Schorndorf (D.) de door hem ontworpen vingerhoeden, dit resulteerde in de grootste produktie ter wereld. Tezamen met Soergel & Stollmeyer in Schwäbisch Gmünd en Lotthammer in Pforzheim vond in Zuid-Duitsland de allergrootste productie ter wereld plaats, terwijl in landen als Frankrijk, Engeland en Amerika ook het e.e.a. werd geproduceerd.

In 1963 verkoopt de firma Gabler alles aan Helmut Greif, die helaas na herinrichting de hele verzameling in vlammen ziet opgaan.